Wat doet VOD?

Stichting Vluchteling Onder Dak (VOD) is een vrijwilligersorganisatie die zich bezig houdt met de opvang en begeleiding van mensen waarvoor het eerste verzoek tot asiel is afgewezen. Samen met de cliënt wordt gewerkt aan een toekomstperspectief.

De stichting is in 1999 opgericht door kerkelijke- en maatschappelijke organisaties en particulieren uit Wageningen en omgeving, uit het reeds langer bestaande platform Vluchteling Onder Dak. Het platform is ontstaan op initiatief van een aantal particulieren en kreeg al snel ondersteuning van kerkelijke- en maatschappelijke organisaties uit Wageningen en omgeving.

Stichting Vluchteling Onder Dak biedt praktische, emotionele en juridische hulp aan afgewezen asielzoekers. Voor zover mogelijk en noodzakelijk verstrekken we onderdak en leefgeld.

Jaarlijks ontvangt Vluchtelingen Onder Dak een subsidie van de gemeente Wageningen, maar voor verdere ondersteuning van de cliënten zijn wij geheel afhankelijk van particulieren. Hiervoor zijn wij consequent en dringend op zoek naar donateurs.

Missie

De meeste van deze asielzoekers kunnen direct opgepakt en uit het land gezet worden, ook al loopt hun procedure in Nederland nog. Het hoofddoel van Vluchteling Onder Dak is samen met de afgewezen asielzoeker te zoeken naar een toekomstperspectief in Nederland of elders. Dit door middel van het indienen van een herhaald asielverzoek, het aanvragen van doormigratie of begeleiding bij terugkeer naar het land van herkomst. Indien noodzakelijk wordt in de tussentijd leefgeld verstrekt, regelen we onderdak, maken wij medische zorg toegankelijk, regelen onderwijs voor leerplichtige kinderen en voeren wij ondersteuningsgesprekken. Vluchteling Onder Dak begeleidt jaarlijks 35 tot 50 personen. Aan volwassenen verstrekken wij iedere twee weken leefgeld om te voorkomen dat ze moeten bedeleln of gaan stelen. Verder werken we samen met de Voedselbank en de Kledingbank. Daarnaast betalen wij de noodzakelijke reiskosten aan cliënten b.v. naar de advocaat of het aanmeldcentrum.

Indien een cliënt niet zelf in zijn of haar huisvesting kan voorzien, gaan we op zoek naar passende huisvesting. Dat kan zijn bij een particulier, in een kraakpand, bij een woongroep of door het huren van een kamer of een woning. Vooral voor gezinnen met kinderen is het vaak lastig om een passende oplossing te vinden. We zijn dan ook altijd blij als een kerk of een diaconie besluit bij te springen.

Onze inkomsten bestaan voor de helft uit subsidie en voor de andere helft zijn wij afhankelijk van donateurs, giften van particulieren, fondsen en bedrijven en bijdragen van kerken. Het werven van financiën blijft dan ook onontbeerlijk.

Resultaten

Onze cliënten zijn mensen met een vaak complex verhaal. Een verhaal dat door onze overheid meestal niet wordt geloofd of anders wel op procedurele gronden terzijde wordt geschoven. De asielwetgeving is complex en voortdurend aan verandering onderhevig. Het vinden van oplossingen is soms een traject van jaren. Het vergt veel geduld en doorzettingsvermogen. Zowel van de cliënten, hun advocaten en onze medewerkers. Toch levert al dat werk ook het nodige op.

In de periode 2010 tot en met 2013 heeft Vluchteling Onder Dak in totaal 88 personen begeleid. Er kwamen in die vier jaar 53 nieuwe cliënten bij en 59 cliënten zijn uitgestroomd. Daarvan hebben er 25 een verblijfsvergunning verkregen, zijn er 2 teruggekeerd naar hun land van herkomst, zijn er 7 weer teruggekeerd in een opvang van de rijksoverheid en zijn 5 cliënten overgedragen aan andere noodopvangorganisaties. Met 11 cliënten is de relatie beëindigd vanwege het ontbreken van een toekomstperspectief in Nederland en 9 cliënten zijn met onbekende bestemming vertrokken.

Voor twee op de drie vertrokken cliënten hebben we in de afgelopen jaren dus een beter toekomstperspectief kunnen creëren. Voor de meesten van hen is misschien wel het meest belangrijke dat hun verhaal erkend is. Dat ze gezien zijn als mens. Wij delen in de vreugde als het dan uiteindelijk toch gelukt is, maar ook in de onzekerheid als er nog steeds gewacht moet worden of het verdriet als er weer een afwijzing binnen komt.